Dramatisch signaal voor Bitcoin koers uit de Verenigde Staten
Een belangrijke indicator voor de institutionele vraag naar Bitcoin geeft momenteel een zorgwekkend signaal af. De zogenoemde Coinbase-premie is verder weggezakt in negatief terrein en bereikte op 21 mei het laagste niveau van deze maand.
Dat is geen detail. De Coinbase-premie meet het prijsverschil tussen Bitcoin op Coinbase en Binance. Coinbase wordt relatief veel gebruikt door Amerikaanse institutionele en professionele beleggers, terwijl Binance meer wordt geassocieerd met internationale retailhandel.
Als Bitcoin op Coinbase goedkoper handelt dan op Binance, wijst dat vaak op zwakkere vraag of zelfs verkoopdruk vanuit de Verenigde Staten.
Institutionele verkoopdruk neemt toe
Volgens CryptoQuant-analist Darkfost is de verkoopdruk vanuit institutionele partijen de afgelopen dagen duidelijk toegenomen. De Coinbase-premie was sinds eind april al grotendeels negatief, maar zakte de afgelopen week versneld weg naar -0,0983 procent.
Dat suggereert dat professionele beleggers op Coinbase agressiever verkopen dan handelaren op Binance. Analist Axel Adler noemt het zelfs een teken dat er “nul bevestiging” is vanuit Amerikaanse spotvraag.
Voor Bitcoin is dat belangrijk, omdat de Amerikaanse institutionele markt sinds de komst van de ETF’s een grotere rol speelt in de koersvorming. Als die vraag wegvalt of omslaat in verkoopdruk, wordt het lastiger voor Bitcoin om opnieuw momentum op te bouwen.
Macro-onzekerheid drukt op sentiment
De verkoopdruk lijkt samen te hangen met het onzekere macrobeeld. Rentes blijven hoog, inflatiezorgen zijn terug en de markt wacht op meer duidelijkheid over de koers van de Federal Reserve onder Kevin Warsh.
Volgens Darkfost kiezen instellingen in zo’n omgeving vaker voor hedgingstrategieën. Met andere woorden, ze bouwen risico af of beschermen portefeuilles totdat er meer duidelijkheid is.
Opvallend is dat niet alleen Bitcoin onder druk staat. Ook goud, normaal gesproken een klassieke veilige haven, daalde de afgelopen maand met 5,8 procent. Tegelijkertijd presteren aandelenindices zoals de S&P 500 en Dow Jones sinds begin april juist beter.
Dat wijst erop dat kapitaal momenteel vooral richting aandelen stroomt, terwijl store-of-value assets minder geliefd zijn.
ETF-uitstromen bevestigen zwakke vraag
De zwakke Coinbase-premie staat niet op zichzelf. Ook Amerikaanse spot Bitcoin ETF’s laten uitstroom zien. Sinds 14 mei stroomde er in vier handelsdagen samen ongeveer 1,3 miljard dollar uit deze producten.
Dat is een tweede signaal dat institutionele vraag onder druk staat. De ETF’s waren eerder juist een belangrijke steunpilaar voor Bitcoin. Als daar geld uit verdwijnt, valt een belangrijk deel van de koopkracht weg.
Daarnaast neemt ook de vraag op de derivatenmarkt af. De open interest in Bitcoin futures en perpetuals daalde deze week met ongeveer 1,5 miljard dollar. Volgens Bitfinex is daarmee veel van de leverage verdwenen die was opgebouwd tijdens de stijging richting 82.000 dollar.
Volgende beweging hangt af van spotvraag
Dat de leverage is afgebouwd, hoeft niet alleen negatief te zijn. Een markt met minder hefboom is gezonder en minder gevoelig voor liquidatiegolven. Maar het betekent ook dat Bitcoin nu een nieuwe bron van vraag nodig heeft.
Bitfinex stelt dat de volgende grote beweging waarschijnlijk afhangt van spotvraag. En juist daar zit op dit moment het probleem. De Coinbase-premie, ETF-stromen en institutionele positionering wijzen nog niet op overtuigende koopinteresse.
Bitcoin daalde de afgelopen week met ongeveer 4,5 procent en zakte dinsdag kort richting 76.000 dollar. Inmiddels is de koers weer boven de 77.000 dollar geklommen. Daarmee blijft Bitcoin echter ver onder de piek van oktober.