ECB slaat alarm voor dollar-stablecoins: is Europa te afhankelijk van Amerika?
Er speelt een machtsspel rond digitaal geld. Europa lijkt zich steeds harder af te vragen of het daarin wel aan de winnende kant staat.
Het gaat onder andere over stablecoins, digitale euro’s en centrale banken. Niet direct onderwerpen waar je hart misschien sneller van gaat kloppen. Maar daaronder ligt een veel grotere vraag: wie heeft straks de macht over digitaal geld: Europa zelf, of de Verenigde Staten?
ECB-bestuurder Isabel Schnabel heeft zojuist gewaarschuwd dat de snelle groei van stablecoins de dominante positie van de dollar verder kan versterken. Als digitaal geld vooral in dollars wordt gebouwd, kan Europa afhankelijker worden van Amerika. Niet alleen van de dollar zelf, maar ook van Amerikaanse betaalbedrijven, Amerikaanse financiële markten en de digitale infrastructuur waar ons geld overheen beweegt.
Europa ziet dat gevaar ook. Daarom werkt de ECB aan een eigen antwoord: de digitale euro. Om te begrijpen waarom dit een slimme zet is, moeten we eerst kijken naar wie er op dit moment de digitale geldmarkt domineert.
Stablecoins zijn vooral digitale dollars
Een stablecoin is een cryptomunt die gekoppeld is aan een gewone valuta, meestal de dollar. Het idee is simpel: één stablecoin moet ongeveer evenveel waard blijven als één dollar. Uitgevers proberen dat te garanderen met reserves, zoals dollars, banktegoeden of kortlopende Amerikaanse staatsobligaties.
Daardoor krijg je de snelheid en flexibiliteit van crypto, maar dan met een munt die veel stabieler moet blijven. Dat maakt stablecoins populair op cryptobeurzen, in DeFi en bij internationale betalingen.
Maar daar zit ook meteen het probleem: stablecoins leunen bijna altijd op de dollar.
ECB-president Christine Lagarde zei eerder dat stablecoins in zes jaar zijn gegroeid van minder dan 10 miljard dollar naar meer dan 300 miljard dollar. Die markt wordt bovendien voor een groot deel gedomineerd door twee partijen: Tether en Circle. Samen controleren zij volgens de ECB bijna 90% van de markt.
Daarmee zijn stablecoins niet alleen relevant binnen crypto. Ze zijn ook een nieuwe digitale snelweg voor de dollar. En dat is precies waar de ECB zenuwachtig van wordt.
Waarom maakt de ECB zich zorgen?
Schnabel waarschuwt dat stablecoins de rol van de dollar kunnen versterken door netwerkeffecten. Als iedereen een bepaald systeem gebruikt, wordt het steeds moeilijker om nog over te stappen.
Dat kennen we al van sociale media, zoekmachines en betaalapps. De grootste speler wordt vanzelf nog groter, omdat iedereen daar al zit. Volgens Schnabel kan dat ook met geld gebeuren.
Als dollar-stablecoins de standaard worden voor betalingen, handel en tokenized finance, dan wordt de dollar digitaal nog machtiger. Niet per se omdat de Amerikaanse economie sterker wordt, maar omdat de infrastructuur rond digitaal geld in dollars wordt gebouwd.
Vooral landen met zwakke munten kunnen daardoor sneller overstappen op digitale dollars. Maar ook Europa is niet immuun. Als internationale betalingen, digitale obligaties en DeFi-markten vooral in dollars gaan draaien, wordt de euro minder belangrijk in de financiële wereld van morgen.
Amerika speelt een ander spel
Wat dit extra interessant maakt, is dat Amerika stablecoins heel anders bekijkt dan Europa.
In Europa overheerst de voorzichtigheid. Centrale banken kijken vooral naar risico’s voor financiële stabiliteit, toezicht en monetair beleid. Dat is begrijpelijk, maar het maakt Europa ook traag.
De Verenigde Staten kijken strategischer naar stablecoins. Lagarde wees in mei op de Amerikaanse GENIUS Act. Die wet moet stablecoins beter reguleren, maar past ook in een groter Amerikaans belang: de dominantie van de dollar behouden.
Dat werkt zo: als stablecoins wereldwijd populairder worden, en die stablecoins vooral aan de dollar zijn gekoppeld, gebruiken steeds meer mensen en bedrijven digitale dollars. De dollar wordt dan niet alleen belangrijk in banken, handel en financiële markten, maar ook op nieuwe crypto-rails.
Daar komt nog iets bij. Stablecoinbedrijven houden vaak reserves aan in dollars en kortlopende Amerikaanse staatsobligaties. Als stablecoins groeien, groeit dus ook de vraag naar dollars en Amerikaans staatspapier.
Voor Amerika is dat aantrekkelijk. Stablecoins kunnen de dollar sterker maken in de digitale economie. Europa probeert ondertussen vooral de risico’s te beperken. Dat is veiliger, maar misschien ook trager. En in een markt met sterke netwerkeffecten kan traag zijn betekenen dat je te laat bent.
Europa betaalt met euro’s, maar vaak via Amerikaanse rails
De discussie gaat niet alleen over crypto. Europa is namelijk nu al afhankelijk van buitenlandse betaalinfrastructuur.
De ECB schrijft dat er op dit moment geen Europese digitale betaaloplossing is die de hele eurozone dekt. Volgens de centrale bank zijn 13 van de 20 landen in de eurozone afhankelijk van internationale kaartnetwerken voor kaartbetalingen.
Ook bij online betalingen spelen niet-Europese partijen een grote rol. Denk aan Visa, Mastercard, PayPal, Apple Pay en Google Pay. Voor consumenten voelt dat handig en normaal. Je tikt je telefoon tegen een betaalautomaat en klaar.
Maar achter de schermen betekent het dat een belangrijk deel van het Europese betalingsverkeer draait op infrastructuur die buiten Europa wordt beheerd. Dat maakt Europa kwetsbaar.
De digitale euro als Europees antwoord
Daarom werkt de ECB aan de digitale euro. Niet als vervanger van contant geld, maar als digitale aanvulling daarop.
De digitale euro zou een elektronische vorm van centralebankgeld worden. Je zou ermee kunnen betalen in winkels, online en van persoon tot persoon. Volgens de ECB moet de digitale euro gratis zijn voor basisgebruik, overal in de eurozone werken en zowel online als offline gebruikt kunnen worden.
De centrale bank zegt dat ze klaar wil zijn voor een mogelijke eerste uitgifte in 2029, als de Europese wetgeving in 2026 wordt aangenomen.
Maar het belangrijkste zit onder de motorkap. De digitale euro moet draaien op Europese infrastructuur. Daarmee krijgt Europa een eigen publieke betaalroute: digitaal geld in euro’s, gebouwd op Europese systemen en onder Europese regels.
Dat maakt de digitale euro ook een antwoord op dollar-stablecoins. De digitale euro moet voorkomen dat Europa straks wel zijn eigen munt heeft, maar voor digitaal betalen alsnog afhankelijk wordt van Amerikaanse bedrijven en de Amerikaanse dollar.
Geen simpele oplossing
Toch is de digitale euro geen simpele oplossing. Veel mensen maken zich zorgen over privacy, banken vrezen druk op hun tegoeden en consumenten gebruiken al genoeg betaalapps. De digitale euro moet dus duidelijk iets toevoegen.
Daar komt nog iets bij: Europa beweegt langzaam. Ondertussen groeit de stablecoinmarkt gewoon door. Amerika laat bedrijven bouwen. Europa bouwt eerst kaders.
De vraag is dus niet alleen of de digitale euro een goed idee is. De vraag is vooral of Europa op tijd is.
De strijd om digitaal geld is begonnen
Stablecoins begonnen als handig hulpmiddel binnen crypto. Inmiddels zijn ze uitgegroeid tot een geopolitiek vraagstuk.
Voor Amerika kunnen stablecoins de dollar sterker maken. Voor Europa kunnen ze juist een nieuwe afhankelijkheid creëren. Daarom is de digitale euro belangrijker dan hij op het eerste gezicht lijkt. Het gaat niet alleen om hoe we straks betalen in de supermarkt of online. Het gaat om wie de betaalrails beheert, wie de standaarden zet en welke munt dominant wordt in de digitale economie.
Misschien is dat precies waarom dit debat nu zo belangrijk is. In een wereld waarin geld steeds digitaler wordt, wil Europa niet afhankelijk zijn van een land dat zich politiek en economisch steeds minder voorspelbaar gedraagt. De digitale euro is daarom meer dan een betaalproject: het is ook een poging om zelf meer grip te houden op de toekomst van geld.