Nieuwe box 3-wet: Vandaag wordt er gestemd
Na jaren van uitstel en discussie lijkt de hervorming van box 3 eindelijk een beslissende fase te bereiken. Vandaag, 12 februari, vindt in de Tweede Kamer een belangrijke stemming plaats over het nieuwe belastingstelsel voor sparen en beleggen. Dat gebeurt niet uit overtuiging, maar vooral uit noodzaak. Bij veel partijen overheerst het gevoel dat dit wetsvoorstel een tussenoplossing is, met het risico dat tijdelijk alsnog permanent wordt.
Uitstel is geen optie meer
Het dossier box 3 sleept zich inmiddels al vier jaar voort. Sinds het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021 is duidelijk dat het oude stelsel juridisch onhoudbaar was. Er werd belasting geheven over een fictief rendement dat veel spaarders en beleggers nooit behaalden. Elk jaar vertraging kost de overheid naar schatting €2,4 miljard, een bedrag dat voor veel partijen zwaarder weegt dan hun inhoudelijke bezwaren.

Ook demissionair staatssecretaris Heijnen laat weinig enthousiasme zien. Hij noemt het voorstel “minder mooi” en ziet het vooral als een tussenstation. Toch lijkt er vandaag voldoende steun om het wetsvoorstel door de Kamer te loodsen.
Een politiek compromis met rafelranden
De nieuwe Wet werkelijk rendement moet in 2028 ingaan en is het resultaat van een compromis uit 2024, gesloten in een periode waarin het kabinet al demissionair was. De kern van het voorstel is een vermogensaanwasbelasting: ook niet-gerealiseerde winsten worden jaarlijks belast. Dat sluit aan bij de wensen van partijen als GroenLinks-PvdA en D66. En vandaag wordt er gestemd.
Tegelijkertijd zijn er uitzonderingen ingebouwd, bijvoorbeeld voor vastgoed en belangen in start-ups. Daarmee probeerde de politiek tegemoet te komen aan partijen die liever alleen gerealiseerde winsten belasten. Inmiddels is het politieke landschap verschoven. Een Kamermeerderheid spreekt de voorkeur uit voor een volledige vermogenswinstbelasting, waarbij pas bij verkoop belasting wordt geheven. Of die stap er daadwerkelijk komt, blijft vooralsnog onzeker.

Bezwaren vanuit de praktijk
Niet alleen in de politiek, ook bij financiële experts leven zorgen. Vermogensspecialisten van ABN AMRO wijzen op juridische en praktische kwetsbaarheden. Zo ontbreekt in het voorstel een goede regeling voor verliescompensatie. Beleggers die vóór 1 januari 2028 forse verliezen hebben geleden, kunnen bij herstel alsnog belasting verschuldigd zijn, zelfs als er per saldo geen winst is gemaakt.
Daarnaast kan het nieuwe stelsel in specifieke situaties hard uitpakken. Bij schenking, overlijden of het ontstaan of beëindigen van een gemeenschap van goederen kan direct belasting worden geheven. Ook bij vastgoed kan belasting verschuldigd zijn zonder dat er daadwerkelijk inkomsten zijn, bijvoorbeeld bij langdurige leegstand.
Een bittere start, maar wel een start
Veel amendementen om het voorstel nog aan te passen zijn door het ministerie ontraden vanwege uitvoeringsproblemen of budgettaire gevolgen. De kans op grote wijzigingen is daardoor klein. Na de stemming van vandaag volgt later deze week de definitieve besluitvorming.
De hoop van experts is dat de overheid tijdig werkt aan een herstelwet die de grootste knelpunten adresseert. Daarmee zou het nieuwe box 3-stelsel geloofwaardiger kunnen starten en het vertrouwen van spaarders en beleggers vergroten.
Conclusie
De nieuwe box 3-wet staat op een kantelpunt. De stemming van vandaag, 10 februari, is daarbij doorslaggevend. Het voorstel markeert een einde aan jaren van onzekerheid, maar begint met zichtbare rafelranden. Of dit tussenstation ook daadwerkelijk leidt naar een eerlijker en werkbaarder eindpunt, zal de komende jaren moeten blijken.