Ripple vraagt de toezichthouder om duidelijkheid: wanneer is crypto géén aandeel?
Soms draait het in crypto niet om koersgrafieken, maar om iets veel fundamentelers: regels. Of beter gezegd, het gebrek daaraan. Deze week liet Ripple opnieuw van zich horen in Washington. Niet met een rechtszaak, maar met een brief aan de Amerikaanse toezichthouder SEC. De boodschap is helder en eigenlijk heel redelijk: trek een duidelijke lijn tussen crypto en aandelen.
Een oude strijd, met nieuwe inzet
Ripple en de SEC hebben een lange geschiedenis samen. Eind 2020 beschuldigde de toezichthouder Ripple ervan dat het bedrijf XRP had verkocht als een niet-geregistreerd effect, vergelijkbaar met een aandeel. Dat leidde tot een juridische strijd die ruim vier jaar duurde.
Pas begin 2025 kwam er meer duidelijkheid. De rechter oordeelde dat XRP in sommige gevallen wél onder effectenwetgeving viel, maar dat handel via publieke beurzen dat níet deed. Met andere woorden: het hangt af van hoe en aan wie je verkoopt. Dat was een belangrijke overwinning voor Ripple, maar het zorgde ook voor verwarring. Want wat betekent dat nu precies voor gewone beleggers en exchanges?
Wat Ripple nu eigenlijk wil
In de nieuwe brief aan de Crypto Task Force van de SEC vraagt Ripple om een simpel, maar belangrijk principe vast te leggen: het crypto-token zelf is niet hetzelfde als de manier waarop het wordt verkocht.
Ripple vergelijkt het met goud. Goud is gewoon een grondstof. Maar als iemand goud verkoopt via een dubieus investeringsconstructie, kan dat alsnog illegaal zijn. Dat maakt goud zelf nog geen effect. Volgens Ripple zou datzelfde moeten gelden voor crypto.
Belangrijk detail: Ripple stelt ook dat drukke handel op beurzen geen reden mag zijn om een token ineens als effect te zien. Veel volwassen markten, zoals goud en zilver, kennen ook hoge handelsvolumes en snelle prijsontdekking. Toch beschouwt niemand die markten als effectenhandel.
Kort gezegd wil Ripple één duidelijke standaard, zodat exchanges weten waar ze aan toe zijn en tokens niet telkens van juridische status lijken te wisselen.
Wat betekent dit voor XRP-holders?
Opvallend genoeg bleef de XRP-prijs vrij rustig na het nieuws. De koers beweegt nog steeds rond het niveau boven de 2 dollar en zit al een tijdje in een zijwaarts patroon. Dat laat zien dat de markt dit vooral ziet als een langetermijnontwikkeling, niet als een directe koerstrigger.
Maar de impact kan op termijn groot zijn. Toen de rechtszaak werd afgerond en Ripple een schikking van 125 miljoen dollar trof, durfden grote partijen weer in te stappen. Beleggingsfondsen namen XRP op, en Amerikaanse exchanges voelden zich comfortabeler om XRP-handelsparen te blijven aanbieden.
Voor gewone gebruikers is dat misschien wel het belangrijkste effect: minder verrassingen. Duidelijke regels verkleinen de kans op plotselinge delistings of handelsstops, wat zorgt voor betere liquiditeit en rust.
Breder dan alleen Ripple
Wat Ripple vraagt, staat niet op zichzelf. De SEC is de afgelopen jaren zichtbaar van toon veranderd. Meerdere handhavingszaken zijn afgezwakt of ingetrokken, en politici werken aan bredere wetgeving voor de cryptomarkt.
Ook andere grote spelers, zoals Coinbase, pleiten voor dezelfde benadering. En het raakt meer dan alleen XRP. Tokens als Ethereum, Solana en Cardano kregen in het verleden ook te maken met vragen over hun juridische status. Uiteindelijk draait het overal om dezelfde kernvraag: is het token zelf een effect, of alleen de constructie waarmee het wordt verkocht?
En nu?
Duidelijke regels garanderen geen stijgende koersen. De markt blijft de markt. Maar helderheid wél vertrouwen. En vertrouwen is een voorwaarde voor volwassenwording.
Ripple’s oproep is daarom minder spectaculair dan een koersvoorspelling, maar mogelijk veel belangrijker. Niet alleen voor XRP, maar voor de hele crypto-industrie die al jaren wacht op één simpel antwoord: waar begint crypto, en waar eindigt het effectenrecht?