Spreiden over cryptomunten biedt minder bescherming tijdens paniek: dit zeggen de cijfers
Bitcoin, Ethereum, XRP en andere grote cryptomunten hebben elk hun eigen netwerk en verhaal. Toch blijkt die inhoudelijke spreiding tijdens marktpaniek maar beperkt terug te komen in de koersen. Een analyse van 2.199 dertigdaagse meetvensters laat zien dat grote cryptomunten juist sterker samen bewegen wanneer de totale markt hard daalt.
Tijdens brede stressperiodes kwam de mediane onderlinge correlatie uit op 0,79. Buiten die periodes was dat 0,69. Een correlatie van 1 betekent dat alle munten volledig gelijk bewegen. Hoe dichter het cijfer daarbij komt, hoe minder bescherming een belegger op korte termijn krijgt door alleen over meerdere cryptomunten te spreiden.
Geen selectie met alleen de winnaars van nu
Om te voorkomen dat alleen huidige winnaars in de berekening terechtkomen, is voor ieder kalenderjaar de historische top 10 opnieuw vastgesteld. Daarvoor zijn de officiële historische ranglijsten van CoinMarketCap op 1 januari gebruikt. Stablecoins zoals USDT en USDC en wrapped tokens zijn vooraf uitgesloten.
Daardoor bevat de mand van 2020 bijvoorbeeld ook Bitcoin SV, EOS en Tezos. In 2022 hoorden Terra, Avalanche en Dogecoin erbij. Voor 2026 bestaat de mand uit Bitcoin, Ethereum, BNB, XRP, Solana, TRON, Dogecoin, Cardano, Bitcoin Cash en Chainlink. Een munt bleef gedurende het hele kalenderjaar onderdeel van de meting, ook wanneer de marktkapitalisatie later sterk daalde.
Voor de illustratieve portefeuille is ieder jaar een afzonderlijke inleg van 1.000 euro gebruikt, verdeeld in tien gelijke aankopen van 100 euro. De koersen zijn omgerekend met de historische dollar-eurowisselkoers van de Federal Reserve. Deze jaarportefeuilles zijn niet aan elkaar gekoppeld en tellen dus niet op tot één doorlopende belegging.
Wanneer gold een periode als marktstress?
Een dag is als stressdag aangemerkt wanneer de totale cryptomarktkapitalisatie over de voorafgaande 30 dagen minimaal 15 procent was gedaald. Van de 2.199 bruikbare meetdagen tussen 31 januari 2020 en 6 augustus 2026 voldeden 274 dagen aan die regel. De overige 1.925 dagen gelden als normale marktperiode.
Voor iedere dag is de gemiddelde onderlinge correlatie berekend op basis van de dagelijkse rendementen over de voorafgaande 30 dagen. De samenstelling werd uitsluitend op 1 januari gewijzigd. Er is dus niet achteraf geschoven met munten om een mooier resultaat te krijgen.
| Marktstress | Normale periode | |
|---|---|---|
| Aantal meetdagen | 274 | 1.925 |
| Mediane onderlinge correlatie | 0,79 | 0,69 |
| Gemiddelde onderlinge correlatie | 0,80 | 0,69 |
| Meetdagen met correlatie van minimaal 0,80 | 47,4% | 11,2% |
| Mediaan rendement jaarmand over 30 dagen | -24,99% | +3,05% |
In paniek wordt bijna alles één transactie
Het verschil is vooral duidelijk bij de zwaarste marktperiodes. In 2020 bedroeg de mediane correlatie tijdens stress 0,97, tegenover 0,73 op normale dagen. In 2021 was dat 0,87 tegenover 0,66. In 2026 lag de verhouding tot en met 6 augustus op 0,83 tegenover 0,67.
Ook de frequentie is veelzeggend. Tijdens stress lag de gemiddelde correlatie op bijna de helft van de meetdagen op 0,80 of hoger. In normale omstandigheden gebeurde dat op iets meer dan één op de tien dagen. Wanneer beleggers tegelijk risico afbouwen, liquidaties elkaar versterken en handelaren dollars of stablecoins opzoeken, verdwijnen verschillen tussen projecten tijdelijk naar de achtergrond.
Wat gebeurde met de rekenportefeuilles?
De afzonderlijke jaarmanden liepen sterk uiteen. De 1.000 euro uit 2020 was aan het einde van dat jaar theoretisch 2.310,08 euro waard. De mand van 2021 eindigde op 4.227,27 euro. In 2022 bleef juist 255,95 euro over, mede doordat Terra in de top 10 van dat jaar stond. De mand van 2025 eindigde op 634,53 euro. De onvolledige meetperiode van 2026 stond op 6 augustus op 654,53 euro.
Deze bedragen zijn theoretisch en houden geen rekening met handelskosten, spread, belastingen of de praktische verhandelbaarheid van iedere munt op één platform. Tokenmigraties zijn volgens de historische identiteit van CoinMarketCap gevolgd. De portefeuilles zijn alleen toegevoegd om de jaarlijkse manden tastbaar te maken. De centrale conclusie komt uit de correlaties, niet uit de losse jaarrendementen.
Spreiding is niet waardeloos, maar wel beperkt
Een correlatie van 0,79 is niet hetzelfde als 1. De munten bewegen dus niet volledig identiek en de grootte van de verliezen kan nog steeds verschillen. Spreiding kan ook projectspecifieke risico’s verminderen, bijvoorbeeld wanneer één netwerk technisch faalt of een token afzonderlijk onder druk komt.
De analyse laat wel zien dat spreiding binnen één risicoklasse iets anders is dan spreiding over verschillende soorten beleggingen. Tien cryptomunten kunnen op papier tien posities zijn, maar tijdens een brede verkoopgolf reageren ze vaak als één pakket. Wie risico wil verdelen, moet daarom niet alleen naar het aantal munten kijken, maar ook naar de onderlinge samenhang.
Conclusie
Spreiden over grote cryptomunten bood historisch minder bescherming wanneer de totale markt binnen 30 dagen minimaal 15 procent verloor. De mediane correlatie steeg dan van 0,69 naar 0,79 en een zeer hoge samenhang kwam ruim vier keer zo vaak voor. Dat maakt spreiding binnen crypto niet nutteloos, maar wel kwetsbaar op precies het moment waarop beleggers de bescherming het hardst nodig hebben. Historische uitkomsten bieden geen garantie voor een volgende marktcrash.