Vanaf 2028 ga jij meer belasting betalen over je crypto, dit is waarom
De kogel is door de kerk. De Tweede Kamer stemde donderdag met tegenzin in met een nieuwe vorm van belastingheffing in box 3. Niemand sprong een gat in de lucht. Maar na jaren discussie moest er iets gebeuren. De Eerste Kamer moet zich nog uitspreken over het voorstel. Om de nieuwe regels per 1 januari 2028 in te kunnen voeren, zal de wet dit voorjaar wel moeten worden goedgekeurd.
Wat verandert er precies?
Vanaf 2028 gaan mensen (naar alle waarschijnlijkheid) belasting betalen over het werkelijke rendement op hun vermogen. Dus over wat je écht aan rendement behaalt met je spaargeld, aandelen, crypto assets of een tweede huis dat je niet zelf gebruikt als hoofdwoning.
Waarom?
Tot nu toe betaalden mensen belasting op basis van een fictief rendement. De Belastingdienst ging uit van een geschatte opbrengst op vermogen, ongeacht wat je daadwerkelijk verdiende. In tijden van lage rente betekende dat dat veel mensen belasting betaalden over rendement dat ze in werkelijkheid helemaal niet hadden behaald.
In 2021 oordeelde de Hoge Raad dat dit in strijd was met het recht. De regels moesten dus worden aangepast. Alleen: hoe doe je dat op een manier die eerlijk, uitvoerbaar én betaalbaar is?
Twee smaken belasting, één compromis
In de politiek ontstond discussie over twee manieren om belasting te heffen op werkelijk rendement.
De eerste optie is een vermogensaanwasbelasting. Daarbij betaal je jaarlijks belasting over de waardestijging van je bezittingen. Ook als die winst alleen ‘op papier’ bestaat en je nog niets hebt verkocht.
De tweede optie is een vermogenswinstbelasting. Dan betaal je pas belasting wanneer je daadwerkelijk verkoopt of overdraagt, bijvoorbeeld bij verkoop of overlijden. Dat systeem wordt in meerdere EU-landen gebruikt. Zowel D66, het CDA als de VVD zijn van plan om in 2029 de vermogenswinstbelasting te laten gelden als manier om belasting te heffen. Dit plan is nog niet definitief.
De nieuwe wet combineert beide vormen.
Voor spaargeld en beleggingen betaal je straks jaarlijks belasting over het rendement. Voor onroerend goed en aandelen in start-ups betaal je pas bij overdracht. Een compromis dus. En zoals dat vaak gaat met compromissen: iedereen levert iets in.
Meer administratie voor miljoenen mensen
De overstap naar belasting op werkelijk rendement betekent ook dat de Belastingdienst preciezer moet berekenen wat iemand verdient. Dat vraagt om betere systemen.
Maar het betekent ook dat miljoenen spaarders en beleggers zelf meer gegevens moeten bijhouden. Meer administratie. Meer papierwerk. Niet bepaald iets waar mensen warm van worden.
Toch was langer wachten geen optie. Door de eerdere uitspraak en tijdelijke regelingen liep de staat de afgelopen jaren miljarden mis. Nog meer uitstel zou de schatkist verder onder druk zetten.
Een tussenstation, geen eindpunt
Vrijwel alle partijen zien de nieuwe wet als een tussenstap. Ook het demissionaire kabinet spreekt van een “tussenstation”. Het ideale systeem is dit volgens niemand.
Een Kamermeerderheid wil dat er uiterlijk op Prinsjesdag 2028 een nieuw voorstel ligt, waarbij papieren winsten mogelijk buiten de heffing blijven. Dat vraagt om forse aanpassingen in de ICT-systemen van de Belastingdienst en kost tijd en geld.
Voor nu ligt er dus een oplossing die niet perfect is, maar wel uitvoerbaar genoeg om verder te kunnen.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je spaargeld, beleggingen of bijvoorbeeld crypto, dan krijg je vanaf 2028 waarschijnlijk te maken met belasting op je daadwerkelijke rendement. Hoe dat precies uitpakt, hangt af van je situatie.
De kern van het verhaal is eigenlijk simpel: het systeem schuift op van schatting naar werkelijkheid. Dat voelt eerlijker, maar brengt ook meer complexiteit met zich mee.
De komende jaren zal duidelijk worden of dit compromis standhoudt of opnieuw wordt aangepast. Eén ding is zeker: box 3 blijft een onderwerp waar nog niet het laatste woord over is gezegd.